Alle berichten van admin

Wijdewormer – Trainingscomplex AZ

2017-2019 – Jong AZ

Jong AZ is het eerste (en voorlopig enige) team dat als kampioen van de Tweede Divisie promoveert naar de Eerste Divisie. Het team speelt dan al op het in 2016 in gebruik genomen trainingscomplex van AZ in Wijdewormer. Ook in de Eerste Divisie blijft het team hier spelen.

Amateurvoetbal Landelijk 2017-2018

Derde Divisie A (zaterdag)
1Spakenburg * ♦ 342257716832
2Scheveningen342059656844
3DVS'33 Ermelo3419510627437
4Jong FC Almere City341879617354
5Jong FC Groningen3417710587234
6Quick Boys3418412586345
7Jong FC Volendam3418214566048
8ODIN '593414713495651
9DOVO34131011495452
10Jong FC Twente3414614485245
11ASWH34121111475251
12Harkemase Boys3414416465556
13VVOG3411914423651
14ONS Sneek3410717376288
15Capelle ^^349817354457
16Spijkenisse ^^3471215335683
17ACV ^349520325783
18Magreb '90 ^342428331122-7
Derde Divisie B (zondag)
1Jong Vitesse * ♦342365759636
2UNA342257717438
3Quick (H)341897637458
4Dongen3417413556165
5Westlandia3417314547774
6OFC3414119526447-1
7ADO '2034141010527670
8JVC Cuijk3415514506058
9Hercules3414713496359
10Blauw Geel '383414515476062
11OJC Rosmalen3414515475261
12HBS3411716404343
13EVV3411617393248
14HSC '213411518384457
15Quick '20 ^^^3411518385267
16Be Quick 1887 ^^349619336185
17Jong De Graafschap ^348818324861
18De Meern ^346721252876
Hoofdklasse A (zaterdag)
1Noordwijk * ♦302235698933
2Ter Leede302028627043
3SteDoCo301794606132
4Hoek301677556341
5Achilles Veen301668544834
6FC Rijnvogels3012810444741
7FC 's-Gravenzande3013413436961
8Jodan Boys3012612425346
9Zwaluwen (Vlaardingen)30101010404954
10Swift3010713374054
11Smitshoek309714344759
12Nootdorp3010218323567
13AFC ^^308616305669
14Rijsoord ^^307815293357
15RVVH ^306618242455
16Argon ^304521173270
Hoofdklasse B (zaterdag)
1Eemdijk * ♦301776586333
2Berkum301758565236
3SC Genemuiden301668547445
4Ajax301668546945
5Staphorst3012108465544
6Urk3013413434744
7AZSV3011910423839
8DFS3010119414743
9Excelsior '313012513414045
10SDC Putten3011811414050
11Sparta Nijkerk30101010404737
12CSV Apeldoorn3010614365161
13HZVV ^^308814323754
14Huizen ^^306816264765
15Zuidvogels ^306816264070
16NSC Nijkerk ^307518264682
Hoofdklasse A (zondag)
1SJC * ♦301884627537
2Achilles 1894301686567334
3Silvolde3015105556935
4Leonidas301569516553
5Purmersteijn3014610485747
6Hollandia3014511476548
7Alphense Boys301389475449
8SDO3013512446050
9RKAVV3011811415551
10MSC3012513416077
11De Bataven309813354248
12RKHVV3010515355063
13Sneek Wit Zwart ^^309615333749
14DHC ^^308616304773
15Heerenveen ^306618243472
16Jong Achilles '29 ^3046201745102-1
Hoofdklasse B (zondag)
1OSS '20 * ♦3018102647230
2GOES301848586641
3Halsteren301749554831
4Jong FC Den Bosch301479496344
5UDI '19301389476050
6Gemert3014313456349
7Meerssen3014313455646
8IFC3011910424553
9Nuenen3012513414962
10VC Vlissingen3011613394439
11Groene Ster3011613394551
12Baronie309912364241
13Juliana '31 ^^3010317333961
14BVC '12 ^^308616304362
15EHC ^308517294172
16SC Woezik ^307221233781

Doelsaldo en doelgemiddelde

Lange tijd is niet het doelsaldo, maar het doelgemiddelde bepalend geweest voor de eindrangschikking bij een gelijk aantal punten. Pas vanaf het seizoen 1970-1971 werd het doelsaldo de norm in het profvoetbal. De amateurs volgden nog wat later, in 1974. In de ranglijsten tot het seizoen 1969-1970 is op deze site daarom het doelgemiddelde opgenomen in de laatste kolom.

Hoewel het doelgemiddelde dus al bijna vijftig jaar niet meer wordt gebruikt, is de term kennelijk zo ingeburgerd dat deze nog steeds met enige regelmaat wordt gebruikt als in feite het doelsaldo wordt bedoeld. Dat maakt het extra verwarrend, omdat het wel degelijk twee verschillende dingen zijn.

Het is een logische keuze geweest om over te stappen op het doelsaldo (aantal doelpunten voor minus het aantal doelpunten tegen). Bij het doelgemiddelde (aantal doelpunten voor gedeeld door het aantal doelpunten tegen) is het belang van een goede verdediging namelijk veel belangrijker dan bij het doelsaldo. Voor het propageren van aanvallend voetbal is het doelsaldo aanmerkelijk beter.

Het doelsaldo voelt bovendien een stuk eerlijker. Het lijkt erg onnatuurlijk dat 30 doelpunten voor en 15 tegen (doelgemiddelde: 2,0) beter scoort dan 60 doelpunten voor en 35 tegen (doelgemiddelde: 1,71). Een juiste keuze dus van de spelregelmakers. Het is hooguit opmerkelijk dat het zo lang heeft geduurd, voordat deze verandering werd doorgevoerd.

Uit het Nieuwsblad van het Noorden (27 mei 1969, via Delpher.nl)

De voetbalkaart van Nederland 2017-2018

In Nederland spelen in totaal 2.381 veldvoetbalclubs in de verschillende competities. Daarvan zijn er 51 profclubs (inclusief de semi-professionele Tweede Divisie), 1.334 zondagclubs, 836 zaterdagclubs, 160 clubs met een eerste elftal in zowel de zaterdag- als zondagcompetitie en 84 clubs die geen elftal in de standaardcompetitie hebben.

Profs
Het profvoetbal bestaat strikt genomen uit de Eredivisie en de Eerste Divisie. De Tweede Divisie voegen wij daar aan toe. Enerzijds uit praktische overwegingen (het is een samengestelde zaterdag- en zondagcompetitie) en anderzijds omdat er feitelijk sprake is van een (semi)professionele competitie, met onder meer vereisten voor spelerscontracten. De grens tussen prof- en amateurvoetbal die op papier zo scherp is, is in de praktijk een behoorlijk grijs gebied. Ook in de hogere amateurklassen onder de Tweede Divisie wordt door sommige clubs immers grif betaald aan spelers.

Zaterdagamateurs
Nederland kent een wereldwijd unieke voetbalpiramide met een onderscheid tussen competities op zaterdag en zondag.  Dat is een rechtstreeks voortvloeisel uit de fusie van de KNVB met de verschillende levensbeschouwelijke voetbalbonden in 1940. De protestants-christelijke CNVB bedwong bij die fusie het recht voor haar clubs niet op zondag uit te hoeven komen.
De spreiding van zaterdagclubs vertoont de typische oververtegenwoordiging in de zogenaamde bijbelgordel, die in een banaanvorm van Zeeland tot aan de kop van Overijssel loopt. Daarnaast is zichtbaar dat in bepaalde regio’s steeds meer clubs die van oudsher op zondag spelen uit praktische overwegingen overstappen naar de zaterdagcompetitie. Dit is vooral zichtbaar in Zuid Holland, Utrecht, Noord Holland ten zuiden van het IJ en de kuststreken in het noorden. In andere regio’s speelt dit veel minder of in het geheel niet. Ook opmerkelijk is ook dat Flevoland voor een groot deel op zaterdag speelt.

Zondagamateurs
Ook de spreiding van de zondagclubs loopt grotendeels nog langs traditionele historische lijnen. In het overwegend katholieke zuiden (van Zeeuws Vlaanderen tot het noordoosten van Twente) is het zondagvoetbal dominant evenals in de katholieke enclaves ten noordwesten van de bijbelgordel én in de regio’s die van oudsher meer vrijzinnig hervormd zijn of waar de ontkerkelijking al vroeg op gang kwam, zoals in delen van Friesland, Drenthe en de Achterhoek en in het noordelijke deel van Noord Holland.

Clubs met een eerste elftal op zaterdag en zondag
Een relatief nieuw fenomeen is het spelen met twee eerste elftallen in de competitie. Veelal gaat het hierbij om clubs die van oudsher op zondag spelen en ook een zaterdagteam inschrijven (niet zelden is dit de opmaat voor een volledige overstap naar zaterdag) of om clubs die zijn ontstaan uit een fusie tussen één of meerdere zaterdag- en zondagclubs. Ook hierbij is een opvallend regionaal verschil te zien. Met name in de Randstad zijn veel “duoclubs”. Daarbuiten komt het veelal voor in de grotere steden (o.a. Nijmegen en Groningen) en – opvallend genoeg – in het district Noord.

Clubs zonder eerste elftal in de standaardklasse
Het gaat in deze categorie voornamelijk om clubs uit kleinere dorpen, die niet meer in staat zijn een representatief eerste elftal op de been te brengen. Ook zitten in deze categorie verschillende clubs uit grotere steden. Dat hoeven niet eens per definitie heel kleine clubs te zijn. Zo brengt het Amsterdamse TOS/Actief tien seniorenteams in de benen, maar speelt het niet in de standaardklasse.

Welke clubs staan op de kaart?
Het uitgangspunt is de competitie-indeling bij aanvang van het seizoen 2017-2018. Teams die zich nog voor de start van de competitie hebben teruggetrokken zijn niet opgenomen op de kaart. Clubs die zich tussentijds hebben teruggetrokken wel.

Foutje gezien? Meld het ons
Het samenstellen van deze kaart heeft de nodige inspanningen gekost.Uiteraard hebben wij ons best gedaan de informatie zo goed als mogelijk te verwerken, maar het kan altijd zijn dat er foutjes ingesloten zijn. We zouden het waarderen als jullie deze aan ons willen doorgeven via email@voetbalarchieven.nl of via twitter (@voetbalarchieve) of Facebook.

Klik op de kaart voor de uitgebreide versie

De Nederlandse voetbalpiramide door de jaren heen

Vanaf 1888 wordt in Nederland in competitieverband gespeeld. In die bijna 130 jaar is de competitiestructuur vrijwel voortdurend veranderd. Van kleine wijzigingen of uitbreidingen tot grote hervormingen. Alleen tussen 1974 en 1996 was het aantal aanpassingen beperkt.

In grote lijnen zijn zeven verschillende periodes te onderscheiden. Met deze periodes als leidraad staan hieronder de wijzigingen in de voetbalpiramide. Klik op de afbeeldingen voor een grotere versie.

Legenda:
Geel: Hoogste amateurniveau
Rood: Profcomeptities

1. Periode van ontwikkeling (1888-1917)
Een kleine dertig jaar duurt het voordat de basis van de piramide is voltooid. Begonnen eind jaren tachtig met één enkele afdeling tot een structuur bestaande uit drie niveau’s en een 1e klasse in vier regio’s die het hele land dekt in het seizoen 1916-1917.

1.1 – 1888-1893
In de eerste twee seizoenen van het (min of meer) georganiseerde voetbal is er precies één competitie, een eerste klasse met clubs uit Haarlem, Amsterdam, Rotterdam en Den Haag. Het is allemaal nog erg vrijblijvend en de competitie heeft ook nog een officieus karakter. In 1890 wordt voor het eerst een 2e klasse ingesteld, nog steeds met enkel westelijke clubs, plus Go Ahead uit Wageningen. Opmerkelijk: in de eerste twee jaren wordt die 2e klasse gespeeld volgens het knock out-principe.

   

1.2 – 1893-1896
In 1893 start de eerste competitie in Oost Nederland, met deelname van drie clubs. Die competitie krijgt de status van 2e klasse. In het westen gaat de groei verder en is er inmiddels ook een 3e klasse. Vanaf 1894 krijgt ook het noorden een eigen competitie, ook deze wordt ingeschaald als 2e klasse. In datzelfde jaar ontstaat in Amsterdam de eerste afdelingsbond, die regionale competities organiseert onder de vlag van de (K)NVB. Ze heten daarom ook wel erkende bonden. Tot ongeveer 1930 ontstaan vele afdelingsbonden (en velen verdwijnen ook weer of gaan op in grotere afdelingsbonden).  Ze organiseren alle competities die niet door de (K)NVB zelf worden georganiseerd. Dat betreft zowel competities van standaardteams als lagere en jeugdteams. Binnen sommige afdelingsbonden worden na verloop van tijd ook competities op zaterdagmiddag georganiseerd.

   

1.3 – 1896-1900 
De hoogste oostelijke klasse wordt in 1896 opgewaardeerd tot 1e klasse. Maar pas na het seizoen 1897-1898 spelen de kampioen van het westen (RAP) en oosten (Vitesse) om het landskampioenschap. Daarmee is RAP de eerste officiële landskampioen van Nederland. Daarvoor werd de kampioen van het westen als officieuze landskampioen aangemerkt. In het zuiden van Nederland duurt het langer voordat het voetbal zich organiseert, maar in 1896 is er ook in het zuiden voor het eerst een competitie. Er zijn daardoor nu in alle vier windstreken NVB-competities.

1.4 – 1900-1902
In 1900 wordt een 3e klasse Zuid aan de piramide toegevoegd. Een jaar later verdwijnt die weer en krijgen juist het oosten en noorden een 3e klasse.

 

1.5 – 1902-1904 
Tussen 1902 en 1904 wordt de hoogste klasse in het wetsen opgesplitst in een 1e klasse A en B. Dan spelen dus ook drie clubs om de landstitel, die overigens vooralsnog iedere keer naar een westelijke deelnemer gaat. In het seizoen 1903-1904 is er geen aparte zuidelijke afdeling, maar spelen deze clubs in een afdeling onder Oost.

  

1.6 – 1904-1906
De westelijke 1e klasse wordt weer samengevoegd tot één afdeling. In 1905 vervalt (voor slechts één seizoen) de 3e klasse Noord. In 1906 keert de 2e klasse Zuid ook weer in naam terug.

 

1.7 – 1909-1913
Onder de afdeling Zuid wordt een speciale Zeeuwse afdeling ingevoerd, om de reisafstanden voor de betreffende clubs te beperken. In 1911 krijgt Oost weer een 3e klasse en hetzelfde geldt een jaar later voor Zuid.

  

1.8 – 1913-1917
Vanaf 1913 komt er langzaam maar zeker eindelijk een landelijke dekking van 1e klassen. In dat jaar wordt de hoogste afdeling in Zuid eindelijk gepromoveerd tot 1e klasse in 1916 gevolgd door het noorden. Door het uitbreken van de 1e wereldoorlog is er in het seizoen 1914-1915 een noodcompetitie. Met name in het zuiden (waar enkele militaire clubs spelen in de 1e klasse) raakt de competitie ontregeld. Uiteindelijk spelen de kampioenen van West en Oost wel om de landstitel. In 1916 is Willem II de eerste niet -westelijke landskampioen.

  

In 1915 worden de eerste katholieke voetbalbonden opgericht, die hun eigen competities organiseren. Later komt er een landelijke overkoepelende organisatie: de RKF. Met name in het zuiden, maar ook in delen van Oost- en West-Nederland wordt de RKF een factor van belang. Naast de RKF zijn er buiten de NVB om, ook al sinds circa 1910 enkele kantoorvoetbalbonden actief, voornamelijk in de grote steden in het westen. Omdat veel kantoorbonden (vereniging in de NVF) naar verloop van tijd opgaan in de (K)NVB en klein in omvang zijn, zijn deze in dit overzicht buiten beschouwing gelaten.

  

2. Periode van groei (1917-1940)
Na de eerste wereldoorlog groeit voetbal pas echt uit tot een grote, brede volkssport. dat betekent ook dat de piramide wordt uitgebreid. Met name aan de onderkant groeit het aantal afdelingen, zodat er juist in deze periode de pramidevorm ook steeds meer gestalte krijgt. Daarnaast heeft de verzuiling steeds meer invloed op het voetballandschap. Naast de katholieke en kantoorbonden, komen er buiten de (K)NVB ook bonden voor protestanten en socialisten.

2.1 – 1917-1923
Na veel bestuurlijk gekonkel komt er in 1917 een tweede westelijke 1e klasse. De oude 1e klassers – bang voor verwatering van de kwaliteit – voorkomen echter wel dat de clubs gemixt worden, zodat de 1e klasse B wordt samengesteld uit de nieuw gepromoveerde clubs. Daarom wordt deze afdeling in de volksmond ook wel de margarine-afdeling genoemd. Twee jaar later wordt deze situatie toch weer ongedaan gemaakt en gaat de 1e klasse B verder als Overgangsklasse. Vanaf 1919 hebben alle vier districten afdelingen op 2e en 3e klasse-niveau.

  

2.2 – 1923-1926
De spliting van het district West komt er nu toch echt door en dit keer definitief. Het noordelijke deel wordt West I en het zuidelijke deel West II. Dat geldt alleen niet voor de 1e klasse, de clubs worden niet regionaal over de afdelingen verdeeld. Tegelijkertijd verdwijnt de overgangsklasse en komt er een vierde klasse bij in de westelijke districten en in Oost.

2.3 – 1926-1939
De structuur van de KNVB-competities blijft vanaf 1926 geruime tijd grotendeels ongewijzigd. Alleen verdwijnt tussen 1935 en 1937 tijdelijk de 3e klasse in Zuid. Buiten de KNVB zijn er wel veranderingen. In 1926 doet de NASB, de bond van de socialisten zijn intrede en in 1929 de CNVB, de protestants christelijke bond. De wedstrijden van die laatste worden uitsluitend op zaterdagmiddag gespeeld. Ook binnen de KNVB zijn clubs met een protestants christelijke achtergrond actief. Daarvoor hebben verschillende afdelingsbonden speciale zaterdagcompetities.

  

   

2.4 – 1939-1940
De afgekondigde mobilisatie in augustus 1939 maakt dat het seizoen 1939-1940 geldt als noodcompetitie. Met uitzondering van de 1e klasse worden de clubs voornamelijk regionaal ingedeeld en er is geen promotie en degradatie.

3. De KNVB als monopolist (1940-1954)
Gedwongen door de oorlogsomstandigheden vindt er in de zomer van 1940 een fusie plaats tussen de KNVB en de bonden van de verschillende zuilen (RKF, CNVB, NASB en NVF). De bestuurders realiseren zich dat het vormen van een eenheid nodig is en nemen het heft in eigen hand, voordat de bezetter er zich mee gaat bemoeien. De verschillende bloedgroepen hebben wel zo hun wensenlijstje. De katholieken hoeven niet op zondag voor 12 uur te spelen en de protestanten vererven het recht op niet op zondag te hoeven spelen. Een voorstel van de katholieken om ook bij de competitie-indelingen rekening te houden met de achtergrond van de clubs haalt het niet.

3.1 – 1940-1944
Gedurende de oorlogsjaren gaat het competitie tot het seizoen 1943-1944 gewoon door. Vanaf 1942 telt Zuid ook weer een 4e klasse. In het eerste seizoen worden alle CNVB-clubs nog ingedeeld op afdelingsniveau, maar in 1941-1942 is er voor het eerst een zaterdagcompetitie binnen KNVB-verband: een 4e klasse in West II.

   

3.2 – 1945-1950
Na een jaar zonder competitie, wordt in het najaar van 1945 de competitie weer opgepakt. Het aantal districten wordt opgetrokken naar zes, ook Zuid is nu gesplitst in twee delen. Door de instroom van een grote hoeveelheid katholieke RKF-clubs is Zuid flink gegroeid in omvang. Ook zijn nu alle afdelingen gelijk vorm gegeven met een 1e tot en met 4e klasse. Het aantal zaterdagafdelingen groeit ook. In 1945 wordt de hoogste afdeling ingeschaald als 3e klasse, terwijl ook West I en Oost inmiddels eigen afdelingen heeft. In 1947 voegt ook Noord zich daarbij en in 1949 wordt ook de hoogste klasse in west I als 3e klasse ingeschaald.

   

3.3 – 1950-1954
Na vijf seizoenen met zes 1e klassen te hebben gespeeld, wordt de hoogste afdeling vanaf 1950 weer teruggebracht, eerste naar vijf en vanaf 1951 naar vier afdelingen. Tegelijkertijd wordt de regionale indeling grotendeels losgelaten. Elke afdeling krijgt daarom een letter als toevoeging.

  

4. De start van het profvoetbal (1954-1971)
Rijkelijk laat stapt Nederland in 1954 over op het profvoetbal. Na een korte periode waarin naast betalingen in de 1e klasse van de KNVB ook profclubs actief zijn in een wilde profbond (NBVB) wordt in november 1954, als de strijdbijl tussen de partijen is begraven, gestart met vier 1e klassen die het betaalde voetbal vormen. Het duurt daarne enige tijd voor het het profvoetbal zijn vorm vindt.

4.1 – 1954-1956
Na de fusie tussen KNVB en KNVB wordt eind november 1954 de competitie opnieuw gestart met vier eerste klassen met 14 clubs. Na dat eerste seizoen plaatsen de beste teams zich voor de nieuw te vormen twee hoofdklassen. Het aantal clubs dat kiest voor profvoetbal blijft de eerste jaren groeien, waardoor en na dat eerste seizoen vijf profafdelingen zijn: twee hoofdklassen en drie 1e klassen. In het seizoen 1955-1956 hernoemt de hoogste amateurafdeling zich ook tot 1e klasse (bestaande uit drie afdelingen), waardoor er dat seizoen twee soorten 1e klassen zijn. In 1956 wordt ook voor het eerst gespeeld om het amateurkampioenschap. Hengelo pakt de eerste titel, maar zij kiezen, in tegenstelling tot veel andere clubs niet voor een profavontuur. Ook het zaterdagvoetbal blijft groeien. Vanaf 1955 is de 2e klasse het hoogste niveau.

   

4.2 – 1956-1960
Liefst 68 jaar na de start van het competitievoetbal in Nederland is er voor het eerst een landelijke topdivisie. Zo is het aantal afdelingen in de spits van de piramide in zes jaar tijd teruggebracht van zes naar één. Het aantal profclubs piekt in het seizoen 1956-1957 op tachtig, ingedeeld in een Eredivisie, twee Eerste Divisies en twee Tweede Divisies. Daarna blijkt dit aantal veel te hoog neemt het aantal clubs geleidelijk af door fusies, degradaties en vrijwillige terugkeer naar de amateurs.

   

4.3 – 1960-1963
In het seizoen 1960-1961 neemt het aantal profafdelingen voor het eerst af. De twee Tweede Divisies worden samengevoegd tot één. Twee jaar later wordt dat omgedraaid tot een logischer indeling met één Eerste Divisie en twee Tweede Divisies. De scheiding tussen prof- en amateurvoetbal wordt ondertussen steeds scherper. In 1962 is Xerxes de laatste club die gebruik maakt van het recht om als amateurkampioen op sportieve gronden te promoveren. Profs en amateurs worden echt verschillende werelden. In de top van het zondagvoetbal wordt de 1e klasse uitgebreid tot vier afdelingen in 1960 en een jaar later wordt de districtsindeling weer gehanteerd en zijn er zes 1e klassen. In het zaterdagvoetbal zijn er vanaf 1960 drie 2e klassen.

   

4.4 – 1963-1966
In de top van het zaterdagvoetbal wordt de strikte districtenscheiding in de hoogste klasse losgelaten. Vanaf 1963 is er een 2e klasse A, B en C. Een jaar later komt daar nog een afdeling bij.

   

4.5 – 1966 -1971
Vanaf medio jaren zestig zet een verdere professionalisering door. Nog altijd neemt het aantal profclubs af, maar de clubs die overblijven verlaten vaak de verenigingsstructuur en worden stichtingen. Zo verdwijnen door naamsveranderingen en fusies veel traditionele clubnamen uit het profvoetbal. De amateurtakken van die clubs gaan vaak verder als zelfstandige amateurvereniging. In het seizoen 1966-1967 zijn er nog drie profcompetities over. De Tweede Divisie bestaat dan uit 23 clubs, de grootste afdeling ooit in de Nederlandse voetbalgeschiedenis. Na afloop van het seizoen 1968-1969 spelen de zondag- en zaterdagkampioen voor het eerst om de algehele amateurtitel. Hoewel op zaterdag de 2e klasse dan nog het hoogste niveau is, worden daarmee beide piramides feitelijk gelijkgeschakeld. Vanaf 1970 helemaal als er twee 1e klassen worden gevormd op zaterdag.

   

5. De harde scheiding tussen profs en amateurs (1971-1996)
De scheiding tussen profs en amateurs die vanaf begin jaren zestig feitelijk al bestond wordt in 1971 geformaliseerd. Door een forse sanering wordt het aantal profclubs verder teruggebracht en de Tweede Divisie verdwijnt. De amateurkampioen heeft niet meer automatisch het recht om te promoveren. Vanaf de jaren tachtig treden wel weer mondjesmaat nieuwe profclubs toe, maar niet meer op basis van sportieve promotie.

5.1 – 1971-1974
Na de grote sanering van 1971 zijn er aanvankelijk nog 39 profclubs over, verdeeld over de Eredivisie (18) en de Eerste Divisie (21). Bovendien wordt de poort tussen de Eerste Divisie en de top van de amateurs op slot gezet. De amateurkampioen kan niet meer promoveren als zij dat zou willen.

5.2 – 1974-1996
De voetbalpiramide lijkt haar vorm te hebben gevonden. Tussen 1974 en 1996 zijn er nog maar twee wijzigingen. In 1974 wordt op zondag de hoofdklasse ingevoerd boven de 1e klasse, het aantal klassen in de top van de zondagpiramide gaat daardoor van zes naar drie. In 1983 wordt het aantal 1e klassen op zaterdag uitgebreid van twee naar drie. Door de invoering van de hoofdklasse zit er qua naamgeving wel weer een verschil tussen de hoogste afdelingen op zaterdag en zondag. Met de terugkeer van RBC (één van de slachtoffers van de sanering in 1971) in het profvoetbal in 1983 is na jaren van teruggang het aantal profclubs weer uitgebreid. Later volgen nog meer clubs, waarvan RKC het meest succes zal worden.

   

6. Alles onder de vlag van de KNVB (1996-2010)
In 1996 gaan alle regionale afdelingsbonden op in de KNVB. Daardoor komen er niveaulagen bij onder de 4e klasse. Het verschil per district en wedstrijddag hoeveel. Het aantal districten neemt aanvankelijk ook toe tot negen. Later worden de zes aloude districten weer in ere hersteld.

6.1 – 1996-2001
Bij de samenvoeging van de KNVB en de afdelingsbonden wordt ook het inmiddels achterhaalde papieren niveauverschil tussen zaterdag- en zondagvoetbal geschrapt. De 1e klasse op zaterdag heeft vanaf nu ook hoofdklasse en alle niveau’s daaronder schuiven daardoor feitelijk eentje door: de 2e klasse wordt 1e klasse, enzovoort. Met name het westelijke district wordt flink versnipperd. Vanaf 1996 is er vier westelijke districten en ook het district Midden komt voor een deel voort uit het oude West I. De piramide moet opnieuw vorm krijgen. In enkele districten gaat het niveau tot de 8e klasse, maar de opbouw kent een spitse top, een brede tussenlaag (4e klasse), maar daaronder veel versnippering.

   

6.2 – 2001-2010
De oude structuur met zes districten keert terug. En dat komt ook de overzichtelijkheid en de piramidevorm ten goede. Ieder district heeft daardoor één eerste klasse (zes op zondag en vijf op zaterdag vanwege het zaterdagvrije Zuid II). Op een paar 7e klassen na (in West I op zondag en Noord op zaterdag) lopen de piramdes in alle districten tot de 4e, 5e of 6e klasse.

  

   

7. Moeizame  pogingen tot integratie (2010-2017)
Na jarenlange discussies wordt in 2010 de Topklasse ingevoerd, een landelijke afdeling op zowel zaterdag als zondag. Eén van de doelen is sportieve promotie en degradatie op gang te brengen. Daar komt echter nauwelijks iets van terecht, omdat de amateurclubs vinden dat er veel te grote risico’s kleven aan promotie. Met name zaterdagclubs vrezen bovendien hun  karakter te verliezen en blijven zeer gehecht aan de zaterdagmiddag als speeldag. Vooralsnog wil het daarom niet vlotten met de gehoopte doorstroming.

7.1 – 2010-2013
Al rond 1980 wordt er gesproken over wat uiteindelijk de Topklasse zou worden, maar pas in 2010 is het zo ver. Dertig hoofdklassers en twee degradanten uit de Eerste Divisie vormen de topklasse. Eén club heeft het recht te promoveren. Uiteindelijk degradeert er slechts één club uit het profvoetbal (FC Oss), omdat Haarlem begin 2010 failliet gaat en FC Oss promoveert als kampioen van de zondagtopklasse ook weer meteen, omdat zaterdagkampioen IJsselmeervogels geen trek heeft in een profavontuur. Zo blijft het de jaren daarna gaan, totdat Achilles’29 in 2013 toehapt, op basis van minder strenge eisen. De KNVB heeft namelijk een probleem doordat na Haarlem ook RBC, AGOVV en Veendam failliet gaan, waardoor de Eerste Divisie leeg loopt.

7.2 – 2013-2016
Een splijtzwam in het topvoetbal is de toetreding van beloftenteams in de Eerste Divisie. Vanaf 2013 doen Jong Ajax, Jong PSV en Jong FC Twente mee in de Eerste Divisie, wat vooral veel klachten oplevert over competitievervalsing (de beloftenteams spelen veel in wisselende samenstellingen) en dramatische publieke belangstelling. Ondertussen is de diepte van de piramide aan het afnemen. De oorzaken daarvoor zijn tweeledig. Nadat vanaf 2010 al  hogere amateurafdelingen (tot en met de 2e klasse) zijn uitgebreid van 12 naar 14 teams geldt dat vanaf 2015-2016 voor alle amateurafdelingen. Tegelijkertijd neemt het aantal teams af door fusies en doordat er meer clubs verdwijnen dan bijkomen. Hierdoor neemt het aantal afdelingen af. Ook is er in bepaalde regio’s een trend waarneembaar van clubs die de zondag inruilen voor de zaterdag als speeldag. Dat proces is al enkele decennia gaande, maar neemt in bepaalde regio’s de vorm van een domino-effect aan. In West II neemt het aantal standaardteams op zondag steeds verder af en zijn er nog amper teams om een 4e klasse mee te vullen.

   

7.3 – 2016-2018
In een poging de doorstroom tussen prof- en amateurvoetbal alsnog op gang te brengen volgt er een nieuwe aanpassing van de piramide. Boven de Topklasse wordt de Tweede Divisie (her)ingevoerd met clubs uit het zaterdag- en zondagvoetbal. Het is de eerste gemengde afdeling. De topklassen worden hernoemd tot Derde Divisie en het aantal hoofdklassen wordt ingekrompen tot twee per speeldag. Tegelijkertijd worden ook in deze divisies beloftenteams van profclubs toegelaten. De eerste promovendus vanuit de Tweede Divisie is Jong AZ, maar daar blijft het voorlopig bij. Vanwege alle kritiek van met name de amateurs gaat de KNVB terug naar de “tekentafel”. De verplichte promotie is daarmee voorlopig ook opgeschort. Het is dus een kwestie van tijd voordat onze voetbalpiramide opnieuw op de schop gaat.

 

Terreinen en stadions (1888-2017)

Op onderstaande kaart zijn alle terreinen en stadions terug te vinden, die tussen 1888 en nu als vaste speelplek zijn gebruikt door de clubs in de 1e klasse (1888-1954) en het profvoetbal (vanaf 1954) spelen of hebben gespeeld. Van de openbare parken en terreinen zonder tribunes in de 19e eeuw tot de hypermoderne, comfortabele allseaters van nu.

In het overzicht zijn enkel terreinen meegenomen die als vaste speellocatie hebben gediend (in enkele gevallen afgewisseld met een ander terrein). Dat betekent dat incidentele of tijdelijke uitvalsbases niet zijn opgenomen op de kaart. Dat geldt onder meer voor de rondreizende circussen die de profclubs Rotterdam (dat zelfs thuiswedstrijden speelde in het Drentse Veenoord) en Amsterdam waren en ook voor bijvoorbeeld een club als Dordrecht die in de jaargang 1917-1918 de hele regio doorreisde, omdat het zelf niet over een geschikt terrein beschikte.

Bij ieder terrein op de kaart is een link opgenomen met meer informatie over het betreffende terrein. Het totale overzicht van stadions en terreinen is te vinden op deze lijst. In de laatste kolom in dit overzicht is aangegeven of het terrein nog in gebruik is als voetbalterrein (***), of het terrein nog wel in gebruik is, maar niet meer als voetbalterrein (**), of het terrein niet meer in gebruik is, maar dat er nog wel zichtbare elementen aanwezig zijn (*), of dat het terrein spoorloos verdwenen is (-).

Bij de rubricering op plaatsnaam in het overzicht is uit oogpunt van overzichtelijkheid uitgegaan van de huidige situatie. Verschillende terreinen lagen in de periode dat ze werden bespeeld in een andere gemeente (onder meer in Amsterdam lagen veel velden voor de gemeentelijke herindeling van 1921 in de gemeentes Watergraafsmeer, Sloten en Buiksloot), maar deze zijn toch onder de huidige plaatsnaam verantwoord. Alleen als een terrein ten tijde van het gebruik duidelijk in een andere plaats lag (o.a. Chevremont, Princenhage) is het terrein onder deze plaatsnaam opgenomen.

Voor het verzamelen van de gegevens is gebruik gemaakt van de kranten- en tijdschriftenarchieven op Delpher, vele jubileumboeken van clubs, andere boeken en tientallen websites van clubs en sites over (sport)historie. Verder bleek het fenomenale boek “Het Stadioncomplex” van Ferry Reurink weer een onmisbare en zeer dankbare bron van informatie. Daarnaast gaat mijn dank uit aan Ron de Wit en Jo Haen (www.vriendenvanwatergraafsmeer.nl), Bas Kammenga (Groningen), Jan Schuil (Velocitas Groningen) en Peter van Santen (UVV) voor het helpen zoeken en/of verifiëren van informatie. Ongetwijfeld bevat het overzicht nog hiaten, onvolledigheden of wellicht zelfs fouten. Wij houden ons van harte aanbevolen voor aanvullingen en correcties. Mail deze naar rene@voetbalarchieven.nl.

Essenburgsingel – Rotterdam

1937-1948 – RFC

Als RFC in 1937 promoveert naar de 1e klasse speelt het al op het terrein aan de Essenburgsingel. Bij de promotie wordt het terrein voorzien van een hoofdtribune.  Later is de hoofdtribune vervangen door een Elascontribune, die nu nog altijd langs het veld staat. RFC bestaat sinds 1997 niet meer, maar leeft nog voort in de straatnaam bij het oude complex, die is omgedoopt in RFC-weg. tegenwoordig speelt Jai Hind op de voormalige velden van RFC.

CC-BY Kadaster 2016 

Nieuwe Binnenweg – Rotterdam

1917-1919 – RFC

In Delfshaven, op een veld in de hoek van de Rochussenstraat en de Nieuwe Binnenweg speelt RFC in de periode dat het debuteert in de 1e klasse B (de “margarineafdeling”). Later is op deze plek – nadat RFC al is verkast naar de Essenburgersingel –  de Coolhaven gegraven, zodat er tegenwoordig water stroomt op de plek waar RFC voetbalde.

Rolduckerstraat – Kerkrade

1948-1950 – Kerkrade
1954-1955 – Roda Sport

Tussen 1948 en 1950 speelt Kerrade twee seizoen in de 1e klasse. De club speelt op een terrein aan de Roluckerstraat vlakbij het nabijgelegen middeleeuwse abdij met diezelfde naam. Het terrein beschikt over een zittribune met 500 plaatsen en zo’n 7.000 staanplaatsen. Heel even is er op dit complex ook nog profvoetbal gespeeld. De fusieclub Roda Sport (ontstaan uit Kerkrade en Bleijerheide) speelt in het eerste profseizoen afwisselend aan de Rolduckerstraat en het Bleijerheide-terrein aan Jonkerbergstraat. Vanaf 1955 speelt de club daar vast. Niet veel later verdwijnt het terrein, als op de velden nieuwe woningen worden gebouwd.

CC-BY Kadaster 2016

Venweg – Brunssum

1939-1971 – Limburgia

Limburgia is gelieerd aan Staatsmijn Hendrik en de club draagt ook die naam, totdat deze in 1936 wordt gewijzigd in Limburgia. De velden van de club aan de Venweg liggen ook pal onder de gebouwen van de staatsmijn. Gaandeweg verrijst hier een accommodatie met een hoofdtribune met 500 plaatsen en 15.000 staanplaatsen. Limburgia verrast in 1950 heel voetbalminnend Nederland door landskampioen te worden en vier jaar later is de club er ook bij als het profvoetbal zijn intrede doet. In 1962 worden twee delen van de staantribune naast de hoofdtribune overdekt, maar sportief gaat het met de club dan al bergafwaarts. In 1971 neemt het als slachtoffer van de grote sanering afscheid van het betaald voetbal. Limburgia speelt nog tot 1998 aan de Venweg, maar na een fusie met RKBSV wordt het terrein verlaten. Op de velden zijn woningen gebouwd, maar anders dan op veel andere plaatsen is de historie van de grond hier niet vergeten. Dat is te zien aan het stratenpatroon en de ‘middenstip’ centraal in de nieuwbouw, waarin wordt verwezen naar de glorierijke historie van Limburgia.

CC-BY Kadaster 2016