1889-1930 – Van elitesport naar volkssport

In 1888 wordt een eerste voorzichtige poging ondernomen om een voetbalcompetitie te organiseren. Tot veel geestdrift leidt dit nog niet. Voetbal is in deze oertijd een tijdverdrijf voor telgen uit de gegoede families. Het moet vooral gezellig blijven en als clubs tegen elkaar willen spelen moeten ze dat vooral doen, maar als ze dat niet willen: ook goed. De eindstand van de eerste officieuze competitie (met enkel clubs uit het westen) biedt dan ook een vrij bizarre aanblik: ‘kampioen’ Concordia uit Rotterdam kwam nog tot zeven duels, maar Excelsior Haarlem vond het spelen van één potje wel weer mooi geweest.

Toch komt er van lieverlee meer organisatie in het voetbal en in het najaar van 1889 is de tijd rijp voor de oprichting van een overkoepelend orgaan. Uiteraard met pionier Pim Mulier als aanjager wordt in november 1889 de Nederlandsche Athletische en Voetbal Bond (NAVB) opgericht. Een paar jaar later omgedoopt in NVB, als de atletiek haar eigen weg gaat.

Voetbal blijft zeker tot de eeuwwisseling het exclusieve domein van de gegoede stand. Nieuwe clubs ontstaan nog altijd voornamelijk uit de schoot van cricketclubs, maar vanaf de jaren negentig neemt voetbal razendsnel de plek over als belangrijkste tak van sport binnen deze verenigingen. Als in 1898 voor het eerst wordt gespeeld om de landstitel tussen de westelijke en oostelijke kampioen mag het Amsterdamsche RAP zich de eerste topclub van het land noemen. De club uit de hoofdstad domineert korte tijd rond de eeuwwisseling, maar vergeet aan de jeugd te denken, waardoor de vereniging na de hoogtijdagen snel wegzakt en in 1914 enkel nog door een fusie kan voortbestaan. Het Haagse HVV neemt de scepter als topclub over en rijgt de kampioenschappen aaneen in de eerste vijftien jaar  van de twintigste eeuw.

Na HVV is het de beurt aan Sparta om succes te oogsten, maar daarvoor al is de club op velerlei gebied een pionier. Zo is Sparta de eerste club die contacten legt met clubs uit het buitenland: in eerste instantie met Antwerp, maar later ook met clubs uit het beloofde voetballand: Engeland. Sparta is ook de eerste club die reclame maakt voor voetbalwedstrijden en aan toeschouwers (tot diep in de jaren negentig een vrijwel onbekend fenomeen) een bijdrage vraagt. Tot slot staat Sparta aan de wieg van de eerste incarnatie van het Nederlands elftal. Het zogenaamde bondselftal speelt vanaf 1894 verschillende wedstrijden, voordat op 30 april 1905 voor het eerst een officieel Nederlands elftal binnen de lijnen komt.

Omdat Nederland één van de eerste landen op het Europese continent is waar voetbal vaste voet aan de grond krijgt, is het een geduchte macht op Europese schaal. In 1908, 1912 en 1920 pakt Nederland het brons op de Olympische spelen. Dat dit alles in perspectief moet worden geplaatst blijkt als Nederland de degens kruist met de spelers uit de bakermat van het voetbal. Tegen het Engelse amateurelftal (dus niet eens de beste spelers) wordt de een na de andere nederlaag geleden, waarvan de 12-2 uit 1907 nog altijd de grootste nederlaag is van Oranje ooit. Het is dan ook niet verwonderlijk dat de eerste overwinning op de Engelse amateurs (2-1 in 1913 op Houtrust met ) nog decennia lang geldt als het grootste succes ooit van het Nederlandse voetbal. In die wedstrijd excelleert Spartaan Bok de Korver, de eerste vedette van het Nederlandse voetbal.

Het is opmerkelijk dat Oranje tot in de jaren twintig voornamelijk het terrein is van spelers van de sjieke clubs uit het westen. Omstreeks 1910 vindt er namelijk langzaam maar zeker een wisseling van de wacht plaats. Gesteund door een welvaartsgroei en meer vrije tijd voor de werkende klasse begint het ‘volksvoetbal’ aan een opmars. De mobilisatie voor de eerste wereldoorlog zorgt voor een extra impuls, omdat voetbal in de kazernes wordt gepropageerd, om de jongeren af te houden van de drank en gokspelletjes als dobbelen. De klassenstrijd die in die tijd nog zorgt voor nagenoeg gescheiden werelden zorgt voor een botsing op de voetbalvelden. Voor veel voetballers uit de gegoede milieus is de lol er behoorlijk af als ze steeds vaker worden geconfronteerd met de in hun ogen onbehouwen, forse en onsportieve arbeidersjeugd. De landskampioenen luisteren daarom steeds vaker naar namen als Go Ahead, NAC, Feijenoord en RCH.  Een laatste stuiptrekking van de ‘herenclubs’ is de oprichting van de vereniging Nederlandse Corinthians, naar het evenbeeld van het Engelse equivalent. De Corinthians ijveren voor afzonderlijke competities voor eliteclubs en behoud van de voor hen belangrijke elementen in het voetbal. Zij vechten echter voor een verloren zaak en al na een paar jaar houden de Corinthians op te bestaan.

Terug naar het overzicht